Interview met dominee van der Ham

Schippers zijn altijd onderweg. Hierdoor kunnen ze weinig zondagen in hun kerkelijke thuisgemeente zijn en missen ze veel van het gemeenteleven. Dominee van der Ham is sinds 1997 aangesteld als schipperspredikant vanuit de Christelijk Gereformeerde Kerken(CGK). Hij doet jaarlijks boord- en huisbezoeken bij meer dan honderd schippersgezinnen. Daarbij bezoekt hij regelmatig Nederlandse schippersgezinnen die in het Duitse Mannheim zijn aangemeerd en preekt daar ook. Hij is altijd voor hen te bereiken in tijden van crisis, huwelijksproblemen of ziekte. Ook zeevarenden zijn onder zijn aandacht.

Schipperspredikant is geen alledaags beroep. Hoe ben je erbij gekomen om dit te doen?
“Mijn vader was veehouder, een hardwerkende man. Al op jonge leeftijd hielp ik mee met de hooibalen, de varkens en het sjouwen van melkbussen van een melkrijder. Ik genoot van de ruimte, vrijheid en het buitenleven. Toen ik werd gevraagd om de vacature van schipperspredikant te vervullen, zag ik een link met mijn leven op de boerderij. Het leven van een schipper is ook hard werken, in de buitenlucht zijn en veel eigen vrijheid hebben. Ik moest uiteraard nog veel leren over het beroep van schipper en ben wel eens mee gaan varen. Ik volgde cursussen om me meer te verdiepen hierin. Dus ja, ik ken nu hun spraakgebruik en weet inmiddels hoeveel ton een groot of klein schip is.”

Hoe zie je Gods leiding in jouw leven?
“Toen ik 14 jaar was viel ik van de trekker en kwam onder de wielen terecht. De trekker reed over mijn buik heen. Ik moest direct geopereerd worden en het was spannend hoe de operatie zou aanslaan. Maar het herstel ging verbazingwekkend goed. Ik ben helemaal genezen en heb er nooit meer last van gehad. Een jaar later was ik met een vriend aan het schaatsen. Plotseling kwamen we in een wak terecht. Gelukkig kon mijn vriend zwemmen en door zijn lengte net de bodem raken. We zijn er veilig uitgekomen. Door deze twee gebeurtenissen werd ik ontvankelijk voor zondebesef en wilde Jezus beter leren kennen. Al volgde ik de Mulo en ging ik in een meelfabriek werken, het verlangen om dominee te worden begon te groeien. Daar heb ik best even mee geworsteld, want ik had helemaal geen opleiding gedaan in die richting. Ik had bovendien vragen als: ‘Wie ben ik om dominee te worden? Past dit wel echt bij mij?’. Maar ik groeide er echt naar toe. God sprak tot mij door de prediking, huisbezoeken en Zijn Woord. Onder ander door de Bijbeltekst uit Spreuken 27, vers 23: ‘Zijt naarstig, om het aangezicht uwer schapen te kennen, zet uw hart op de kudden’.”

Welk moment blijf jou als schipperspredikant altijd bij?
“Een aantal jaren geleden was ik onder de zeevarenden aan de Moerdijk in Rotterdam. Ik ontmoette een groep Nigerianen die voor weinig geld heel hard moesten werken op een zeesleepboot. Zij leefden echt in verschrikkelijk barre omstandigheden. Een tijd lang kwam ik daar regelmatig en deelde eten uit en kleding. Een groot aantal van hen kende Jezus, dat gaf extra verbondenheid. We deden Bijbelstudie en ze kwamen mee naar de kerk. In het Zeemanshuis op de Moerdijk konden ze met hun familie skypen. Op een gegeven moment vroeg een van hen om de biografie van John Wesley, die had ik daarna toevallig op de kop kunnen tikken. Ook gaf ik hen een Engelse Bijbel met uitleg. Dit bemoedigde hen, zij konden de Bijbel nu lezen. Hun vreugde gaf mij weer vreugde. Het is fijn dat je elkaar kunt bemoedigen in het geloof.”

Hoe combineer je dit werk met je gezin?
“Mijn vrouw houdt niet zo van het vele reizen en is veel liever thuis. Zij gaat op zondag heel soms mee met mij, als we bij vrienden op bezoek gaan. Maar we hebben ook nog twee thuiswonende kinderen en we vinden het fijn dat er iemand is die er voor hen is. Een van onze jongens kreeg kanker, dat was wel een pittige tijd. Hij moest aan de chemo en dan is het echt niet leuk om zoveel van huis te zijn. Psalm 91 is een psalm die toen erg sprak tot mij. We zijn beschermd door de Heere God. Inmiddels is hij helemaal genezen. Dat is zo’n Godswonder! We zijn hier heel dankbaar voor.”

Jij bent iemand die veel uitdeelt en klaar staat voor anderen. Wat geeft het werk onder de schippers jou?
“Wat ik heel veel terug zie komen bij schippers is kerkelijke trouw. Dat raakt me oprecht. Omdat ze veel onderweg zijn en een eenzaam beroep hebben, kunnen ze de binding met de kerk, de gemeenschap, gemakkelijk kwijtraken. Maar velen houden vast en komen naar de diensten. In het begin kon ik trouwens nog wel eens over de hoofden van de schippers preken. Dit kreeg ik van ze terug. Door deze bewustwording ben ik persoonlijker gaan spreken, want dat is uiteraard wat ik wil: harten van mensen raken door het Woord van God.”

Je bent bijna 67 jaar, de pensioengerechtigde leeftijd. Hoe ziet je leven er straks uit?
“Dan hoop ik met emeritaat te gaan. Dat betekent dat ik niet meer officieel schipperspredikant ben, maar dat ik nog wel benaderd kan worden om te preken. Ik kijk er naar uit om meer tijd met mijn gezin door te brengen. Vroeger kookte ik graag, maar dat schiet er nu vaak bij in. Dus dat pak ik straks absoluut weer op. En dan ga ik ook de leesachterstand van oude en geschiedenisboeken inhalen!”