Religie aan boord

Er wordt niet over gepraat, maar het is wel belangrijk

Aan boord praat men het liefst over:

  1. werk
  2. collega’s van vroeger
  3. bedrijfsbeleid
  4. investeringen thuis
  5. sport.

Dat is de uitkomst van een studie die is uitgevoerd door het Seafarers International Research Centre (SIRC) in Cardiff. Sinds 1995 doet het SIRC onderzoek naar onderwerpen die betrekking hebben op de werkomgeving en het welzijn van zeevarenden. Het gaat hier om “betrokken onderzoek”. Dat wil zeggen: zeevarenden zelf worden geïnterviewd en de onderzoekers varen zelf ook periodes mee om een zo goed mogelijk beeld van hun onderwerp te krijgen.

Ik woonde een studiedag van het SIRC in Cardiff bij en luisterde naar een presentatie van Dr. Nelson Turgo.

Dr. Nelson Turgo
“Faith and Religion amongst Multinational Crews”

Hij onderzoekt de rol die religie speelt op schepen met verschillende nationaliteiten. Vroeger zeiden ze wel eens: op verjaardagsfeestjes moet je het nooit over politiek en over religie hebben, want daar komt alleen maar ruzie van. Die wijze raad lijkt ook aan boord te worden opgevolgd. Op een schip met veel verschillende nationaliteiten is er sprake van grote religieuze verschillen. Toch lukt het in de meeste gevallen vreedzaam samen te leven. Hoe zit dat?

Allereerst draait het aan boord vooral om werk. Je hoeft geen vrienden te zijn van elkaar, je hoeft ook niet hetzelfde te denken, als je maar samen kunt werken. “Ik ben aan boord voor mijn familie en om geld te verdienen,” vertelde een stuurman, “dan moet je het niet moeilijker maken dan nodig.” Daarnaast hoort religie tot de privésfeer van iemand. Geloven doe je maar in je hut. Het zou de maritieme variant kunnen zijn van het gezegde, dat religie achter de voordeur hoort. De belangrijkste factor dat geloofsverschillen aan boord meestal niet tot ruzie leiden, is het respect dat bemanningsleden hebben voor elkaar. Er wordt rekening gehouden met elkaars feestdagen – en als een moslim op een bepaalde tijd wil bidden, is daar ook begrip voor. Zolang het maar in het redelijke blijft.
Het SIRC onderzoek vroeg ook aan gelovige zeevarenden waarom religie voor hen belangrijk is. “Omdat mijn familie ver weg is, is mijn geloof een houvast,” was één van de reacties. Een anker, veilige plek, schuilplaats, je niet alleen voelen – deze antwoorden keerden geregeld terug. Overigens is het volgens het onderzoek niet altijd gemakkelijk om aan boord gelovig te zijn. Soms wordt er geen rekening gehouden met bepaalde praktijken (met name voedselvoorschriften) of wordt een bepaald geloof belachelijk gemaakt. Veel hangt dan af van de leidinggevenden aan boord.

De presentatie van Dr. Turgo riep bij mezelf de nodige herkenning op. Dat begint eigenlijk al bij het feit dat ik als dominee aan boord stap. Aan de wal zou dat onmiddellijk allerlei spanningsvelden oproepen, op de baggerschepen wordt er ontspannen mee omgegaan. Sterker nog: als ik een gebedsviering organiseer, doen degenen die geen interesse hebben er alles aan, dat hun collega’s wel kunnen komen. Ze nemen even de wacht over en ik krijg alle tijd en gelegenheid.

Religie is trouwens ook niet altijd een “verboden onderwerp”. Dat zal mede komen door mijn rol als predikant, maar ik ervaar toch ook zeker belangstelling. Ik heb hele mooie discussies zonder ruzie meegemaakt ondanks grote levensbeschouwelijke verschillen. Tijdens verdrietige omstandigheden (zoals een overlijden) is religie – in de ruimste zin van het woord – ook een verbindend element. Dan heb ik het niet over de kerkelijke dogma’s, maar over het herkennen van elkaars gevoelens en vragen. Een kaarsje aansteken bijvoorbeeld is voor iedereen duidelijk, wat je nou wel of niet gelooft.
Het onderzoek van SIRC heeft dus misschien niet direct wereldschokkende inzichten opgeleverd, maar het onderstreept wel het belang van religie aan boord. Voor het zeemanswelzijnswerk is één van de conclusies van het onderzoek belangrijk: “Religion is integral to well-being” – religie is onlosmakelijk verbonden met het welzijn van de zeevarende. Respect is de sleutel voor het vreedzaam omgaan met elkaar.

Geloof moet geen splijtzwam worden. Ook dat wisten we al. Maar blijkbaar hebben ze dat aan boord beter begrepen dan op veel plekken aan de wal. Het is misschien een interessant gegeven om daar nog eens over door te praten.

Stefan Francke