Simon Hoek – Aandacht voor de mens achter de werker

Het is al jaren een vaste constante: Simon Hoek zit in de redactie van Diepgang. Al sinds het 0-nummer uitkwam in december 1999. Maar nu hij een aantal jaren na zijn pensionering van de waterbouw ook zijn ‘maritieme’ vrijwilligerswerk gaat neerleggen, neemt hij afscheid van ons kwartaalblad. Een interview over hoe het nou zo gekomen is, mensen en wat nog steeds belangrijk zal blijven in het zeemanswelzijnswerk.

Simon Hoek stelt: “Geen mooiere wereld dan de maritieme wereld.” En hij kan bogen op enige ervaring. Van zowel vaders- als moederszijde zit zijn familie al vanaf de 16e eeuw ‘in de vaart’. Simon zelf kwam via de HTS Weg- en Waterbouw in 1972 bij Dirk Verstoep terecht, onderdeel van Boskalis. Binnen het bedrijf raakte hij zeer actief betrokken bij de ondernemingsraad. Hij werd zelfs een aantal jaren vrijgesteld voor dat werk. Zo kwam het dat Simon weer ging studeren (personeelszaken en bedrijfskunde) en op een gegeven moment de overstap maakte van de techniek naar personeelszaken. Dat laatste heeft hij uiteindelijk zo’n dertig jaar gedaan. En zo is hij ook betrokken geraakt bij het maritieme vrijwilligerswerk zoals de Stichting Pastoraat Werkers Overzee (SPWO), het Diaconaal Havenproject Rotterdam (DHR) en Diepgang.

Hoe is dat zo gekomen? Boskalis was van oorsprong baggeraar in het binnenland. Pas in de jaren zestig met de sleephopperzuigers kwamen er veel meer zeegaande schepen en groeide dat aandeel. Toen maakte men kennis met een compleet andere cultuur, die van de koopvaardij. En dat was wennen voor de waterbouw. Van Oord en Van Ommeren hadden een bijzondere link in VO2, zo zegt Simon. Maar over het algemeen kon je zeggen: “De heren zitten aan de kant van de koopvaardij, de boeren aan de kant van de bagger. Geen sterren en strepen daar, uniformen zijn niet aan de orde. Er is een plattere, informele structuur.” Toen hij in de waterbouw kwam, zo vertelt Simon, waren de verhoudingen tussen werkgevers en werknemers goed. De werk-verlofverhoudingen waren in verhouding tot de koopvaardij okay, opleidingen waren goed geregeld en er was een fondsenstructuur. Als hoofd Personeelszaken, vanaf halverwege de jaren tachtig, kwam hij in aanraking met zeemanswelzijn. Toen constateerde hij het grote verschil tussen waterbouw en koopvaardij. Uitzonderingen daargelaten was er bij de waterbouw veel meer aandacht voor mensen.

In 1997 stapte Simon over naar de VBKO, nu de Vereniging van Waterbouwers. Hij kreeg te maken met het sociale beleid in de hele waterbouwbranche, maar ook daarbuiten, met de contacten met de KVNR en de Federatie Werknemers in de Zeevaart, de vakbond. Simon: “De waterbouw had niets met de varendenvakbond, zij hadden FNV Bouw. De FWZ was veel militanter dan de waterbouw. Maar het werd me wel duidelijk dat er veel speelde.” Naast zijn werk was vrijwilligerswerk altijd belangrijk. Simon heeft in de YMCA gezeten, tot Europees niveau toe. Ook was en is hij actief in de kerk in Barendrecht. Via de diaconie werd hij gevraagd voor de stichting Diaconaal Havenproject Rotterdam (DHR). Deze stichting helpt al 30 jaar zeevarenden die onder laakbare en/of moeilijke omstandigheden leven. Bijvoorbeeld door ze in het ziekenhuis te bezoeken, bemanning op kettingschepen praktisch te ondersteunen (bezoek, voedselpakket etc. ) of simpelweg voor een fiets te zorgen zodat mensen ook eens van hun schip af kunnen.

Via het DHR kwam Simon in aanraking met wat hij noemt het ‘handen en voetenwerk’ van de zeemanshuizen en het Havenziekenhuis. Hij vindt het van essentieel belang dat de diaconieën/kerken gastvrouw zijn voor buitenlandse zeevarenden. En dat dit zo breed mogelijk gedragen wordt. Hij merkt op dat hij nog steeds verbaasd is dat de koopvaardijpredikanten in de wereldhavens zaten, maar niet betaald werden door de reders. Met daarnaast de waterbouw die gewoon een dominee had die de schepen en de projecten bezocht. Hetgeen vanuit de SPWO nog steeds gebeurt.

Het zeemanswelzijnswerk verandert wel, mede vanwege de MLC2006. Want dat minimumniveau garandeert toch redelijk sociale omstandigheden en echte uitbuiting komt minder voor. Maar ondanks positieve veranderingen in de maritieme wereld is het werk nog steeds nodig. Een steen des aanstoots is voor hem dat het Havenziekenhuis de nek om is gedraaid. Simon: “Dat was zo uniek, voor de koopvaardij, voor de waterbouw, voor de hele maritieme wereld. Dat tropenadviescentrum! Er ging geen baggeraar de wereld in zonder dat ’ie was gekeurd in het Havenziekenhuis. De klinische expertise is weg. Ook de rol van opvang voor zeevarenden. Het was klantvriendelijk, men wist wat een zeeman was en er was goed contact met de diaconaal werker. Zeelieden komen nu in Haagse ziekenhuizen terecht en zijn niet meer te traceren Onbegrijpelijk!.”

“Het Rotterdamse Havenbedrijf gaat er prat op, maar dit is geen sociale haven. Het is te gek voor woorden dat het welzijnswerk door vrijwilligers in stand gehouden moet worden. En dat het niet op waarde geschat wordt. Een haven als Rotterdam moet zich eigenlijk de ogen uit de kop schamen. Hier moeten gewoon professionals aan de slag! Je zou iemand van kaliber wensen – en geld – om dit professioneel op te pakken. Daar waar mensen werken moet er altijd aandacht zijn voor de mens achter de werker.” Hier spreekt de HRM-man: “Arbeid voor inkomen moet gepaard gaan met interessant werk, werk waar je lol in hebt. Is dat niet het geval, dan loopt de productiviteit terug, altijd en overal. Als je mensen teveel onder druk zet loopt het fout of gaat het minder.” Het is dus verstandig, ook zakelijk, als er aandacht is voor mensen.

Wat er in de waterbouw kan – pastoraat voor de werkers overzee – moet in de rest van de maritieme wereld ook kunnen. Simon: “Ik sta er nu al weer een aantal jaren buiten, maar het is belangrijk dat wij ons realiseren, dat mensen die op zee zitten een type werk doen dat met geen ander werk aan land valt te vergelijken. Op het moment dat maritieme bedrijven geleid gaan worden door landrotten gaat het fout. Want er wordt zo gemakkelijk over gepraat door mensen die er geen verstand van hebben.”

En wat betreft de stichtingen die Simon Hoek nu zal gaan verlaten, wil hij hieraan nog wat toevoegen? “Het zeemanswelzijnswerk moet natuurlijk doorgaan, anders, én steeds weer inspelend op nieuwe ontwikkelingen. Men moet niet bang zijn voor nieuwe impulsen. Ik hoop ook dat de landelijke kerk ruimte blijft geven aan de geestelijke verzorging van alle zeevarenden (dus niet alleen koopvaardij). ” Successen moeten het laten zien, ‘be good and tell it’. Bijvoorbeeld het welzijnswerk in de Eemshaven. Het is vrijwilligerswerk, succesvol en zeer gewaardeerd in de haven en daarbuiten. Dit moet goed gecommuniceerd worden.” Diepgang blijft hij een waardevol blad vinden. In de wijze van werken staat kwaliteit voorop. En dat is belangrijk om vast te houden. “Maar: geen mooiere wereld dan de maritieme wereld.”

Helene Perfors