Ster van Betlehem

Kerstavond – ik ben op bezoek bij een project in Koeweit en het begint al te schemeren. Kan er hier in de woestijn kerst gevierd worden? Om 18.00 uur is het wisseling van de dag- en nachtploeg. Ik kijk naar een enorme ster, die kunstig is opgehangen aan een kraan. Boven al het zand schijnt een licht. Daarbij moet ik denken aan die drie reizigers van verre, eeuwen geleden door het woestijnzand onderweg naar Betlehem.

Volgens mij bestaan er twee soorten mensen onderweg. De eerste noemen we forenzen: die reizen iedere dag heen en weer tussen werk en thuis. Elke dag weer gaan ze dezelfde route, tot vervelens toe. Een herhaling van zetten. De tweede soort zijn de echte reizigers. Die weten vaak niet hoe hun route precies zal lopen. Zij komen op onbekend terrein. Zij komen thuis als andere mensen dan toen ze vertrokken. Zij hebben dingen gezien, geuren geroken, temperaturen gevoeld die ze niet meer zullen vergeten. Zeevarenden behoren tot die laatste categorie. En ook die wijzen, die uit het Oosten op weg gingen en een ster volgden in de woestijn.

Hun reisdoel is het vinden van een pasgeboren koningskind. Ze komen aan in Jeruzalem, een grote stad met een veelbewogen geschiedenis, met winkels en pleinen, grote poorten en zuilengangen, met een schitterend gerestaureerde tempel. Als koninklijke bezoekers worden ze in het paleis van koning Herodes met alle egards onthaald. Dat zijn ze ook zo gewend. Maar het kind dat ze zoeken is daar niet te vinden.

De wijzen moeten weg uit de stad naar het buitengebied, naar een gewone buurt. De ster wijst hen de weg naar de rand van Betlehem, naar een schuur. In onze hedendaagse kerststalletjes staan de drie koningen er dan gewoon bij alsof ze nooit anders gedaan hebben, maar ik vermoed dat onze drie reizigers in het jaar 0 elkaar toch eerst wel hebben aangekeken: “Moeten we hier naar binnen?” Het eerste contact zal ongemakkelijk hebben gevoeld: drie zeer ontwikkelde mensen uit een ver land tegenover een eenvoudige Joodse jongeman en een Joods meisje met hun baby. Spraken ze dezelfde taal? Wisten ze hoe ze elkaar moesten begroeten? Deze mensen roken anders, keken anders en zagen er anders uit.

Maar rond de geïmproviseerde wieg waarin de baby ligt – het is een voederbak – valt alle onderscheid weg. Een kind maakt gevoelens los die overal ter wereld hetzelfde zijn: liefde, geborgenheid, onschuld, kwetsbaarheid. Je bent allereerst mens, rang en nationaliteit doen er even niet toe. Soms worden afstanden even overbrugd. In ontmoetingen waarbij achtergronden wegvallen. “Als je in mijn arm prikt, komt er dezelfde kleur bloed uit als bij jou,” hoorde ik eens aan boord zeggen. Je herkent elkaar als medemens, die ondanks alle verschillen uiteindelijk niet zo heel anders is.

De drie wijzen halen hun geschenken tevoorschijn. Ik heb daar altijd iets humoristisch in gezien: goud, wierook, mirre – wat moesten Jozef en Maria daar nu mee? Een paar schone handdoeken of kleertjes waren een stuk praktischer geweest. Maar sommige geschenken komen later van pas in het leven. Wat ook precies de bedoeling van deze geschenken is geweest, ze zullen Jezus later ongetwijfeld erbij bepaald hebben bij het feit dat zijn komst naar de aarde betekenis zal hebben tot in verre, vreemde landen.

De drie koninklijke bezoekers verlaten de stal om weer huiswaarts te gaan. Het Evangelie van Mattheus merkt daarbij fijntjes op dat ze een andere weg terug nemen dan die ze gekomen waren. Allereerst om koning Herodes te ontlopen, maar ook omdat je nu eenmaal door sommige reizen verandert. Je wordt er een ander mens door. De drie wijzen komen in ieder geval thuis als verrijkte mensen. Ze hebben in dat verre Betlehem, in die schuur Gods licht zien stralen in een kind. Dit is een koningschap van een andere orde, gericht op het samenbrengen van mensen.

Ik zie ook een ster stralen, boven de woestijn. Tijdens de wisseling van de dag en nachtdienst mag ik de beide verzamelde ploegen even kort toespreken en er is tijd voor een foto. Mannen en vrouwen van ver gekomen staan hier bij elkaar. Allemaal mens. Daarna roept het werk weer. En ik heb misschien wel meer Kerst gevierd dan in tien kerkdiensten bij elkaar.

Stefan Francke