Van zeevarende tot advocaat: Douglas Stevenson

Van zeevarende tot advocaat: Douglas Stevenson

Dit voorjaar werd de West-Europa conferentie van de International Christian Maritime Association (ICMA) gehouden. Zo’n 50 pastores van allerlei verschillende zeemansmissies kwamen in Bremerhaven bij elkaar. Er werd daar een interessante workshop gegeven over het verdrag over het welzijn van zeevarenden, de Maritime Labour Convention 2006 (MLC). De bijeenkomst werd geleid door Douglas Stevenson van het ‘Center for Seafarers Rights’ in New York. Hij is iemand die zich al jaren bezig houdt met de rechten van zeevarenden.

Het bleek al snel dat Doug Stevenson – oud-zeevarende en jurist – een expert is op het gebied van de MLC. Vanaf de start in 2001 is hij betrokken geweest bij ‘bouwen’ van het akkoord in de International Labour Organisation (ILO). Samen met andere ICMA-vertegenwoordigers had hij in die eerste dagen zelfs een voortrekkersrol; een door Stevenson opgesteld overzicht van volgens pastores belangrijke punten werd ook door veel andere gedelegeerden gebruikt.

Zo is over een periode van vijf jaar van een ratjetoe van zo’n 60 verschillende akkoorden uiteindelijk een samenhangend en effectief geheel gesmeed. Velen weten het inmiddels: in 2013 is de Maritime Labour Convention 2006 van kracht geworden. Stevenson roemt de grote inzet van Canada, de Bahama’s maar ook van Nederland. Met name Rob de Bruijn, van het toenmalige Ministerie van Verkeer en Waterstaat, “understood the needs of seafarers”, aldus Stevenson. Verder constateert hij dat de MLC 2006 in de maritieme wereld een van de belangrijkste ontwikkelingen van de laatste jaren blijkt te zijn. Want wat men al hoopte is gebeurd. De wetgeving heeft een bredere invloed in de maritieme wereld dan alleen de wetten op zich.

Er is dus sprake van een typisch gevalletje ‘het-geheel-is-meer-dan-de-som-van-de-delen’.
Volgens Doug Stevenson komt dat o.a. doordat:
– Er een minimum standaard is neergezet. Er kan minder mee gesjoemeld worden.
– Er ontstaat een zogenaamd level playing field voor de rederijen. Niemand kan onder de prijs gaan zitten door zijn bemanning onder sub-standard omstandigheden te laten werken.
– De akkoorden zijn ontworpen om geratificeerd, dus ook uitgevoerd te worden. Zo worden de wetten geen papieren tijgers.
– Het is robuust, want het is af te dwingen. Men kan handhaven vanuit verschillende partijen.

Stevenson zegt hier nadrukkelijk bij dat met het in werking treden van de MLC 2006 er geen proces is afgesloten maar dat het eigenlijk een begin is geweest. Inmiddels is al een aantal wijzigingen en/of verbeteringen (amendementen) doorgevoerd. Elk land dat de MLC 2006 heeft geratificeerd, is gebonden aan deze amendementen. Eén daarvan, die van kracht is sinds januari 2017, is dat elk schip bewijs moet leveren dat het financieel verantwoordelijk kan zijn voor het operationele reilen en zeilen. Het is klip en klaar dat dit een goede bescherming voor de zeevarenden biedt. Natuurlijk wordt er al sinds mensenheugenis gebruik gemaakt van de P&I clubs en een goede verzekering kan een hoop leed oplossen. Maar een aanvulling als deze bepaling doet meer; deze is ontworpen om iets te voorkomen. Als een schip al financieel gezond moet zijn om überhaupt te kunnen varen, zullen betalingsproblemen niet eens ontstaan.

Op de ICMA-conferentie in Bremerhaven peilt Doug Stevenson wat het akkoord voor het werk van de pastores betekent. In de workshops vraagt hij speciaal om hun reacties.

Het blijkt dat niet alleen zeevarenden blij zijn met de MLC 2006, maar dat ook de pastores zeer positief zijn. Want ook wat welzijn betreft wordt een bepaalde minimum standaard neergezet. Stevenson stelt dat pastores meer en meer worden gezien als belangrijke spelers in het veld. Nu in veel havens, zoals aanbevolen in de MLC, ‘Port Welfare Committees’ zijn opgericht, worden hun mogelijkheden verruimt en is er meer erkenning voor hun expertise. Een havenwelzijnscomité helpt ook bij de zoektocht naar financiële steun. Het netwerken wordt gemakkelijker – men kent nu de spelers in het veld, zoals de havenmeester, de agentschappen, de directeur van een groot bedrijf.

Vanwege de MLC vormen pastores een duidelijker aanspreekpunt. Zo kan bijvoorbeeld de politie nu de missies gemakkelijker benaderen en kan men in gezamenlijkheid reageren.
Omdat helderder is wie wat doet, worden ook de verschillende kwaliteiten van de pastores duidelijker en ook gemakkelijker bereikbaar.

Doug Stevenson geeft ook aan dat uit zijn gesprekken met vele medewerkers van zeemanshuizen blijkt dat er nog meer moet gebeuren. Aanvullingen zullen altijd noodzakelijk blijven. Het is iets waar de pastores zich bezig mee moeten houden. En iets anders, zeevarenden kunnen nog steeds terughoudend zijn om zich op de MLC 2006 te beroepen. Omdat ze bang zijn voor repercussies, ook al zijn ze volledig gerechtigd het akkoord te gebruiken. Of deze angst gerechtvaardigd is zal de toekomst leren.

Helene Perfors