Voor hen die zijn in nood op zee

125 jaar zeevarendencentrale

Rotterdam. De oevers van de Maas. Het gebied rond de Veerhaven wordt gedomineerd door de Erasmusbrug maar ooit stond er het misschien wel meest bekende zeemanshuis van de wereld. Net zoals het Rooms-katholieke Stella Maris was het hoofdkantoor van de Nederlandse Zeevarendencentrale hier gevestigd. Hier werd de zorg voor het welzijn van de zeevarenden gecoördineerd. Men was ‘in dienst van de zeeman’ en zette zich in voor ‘hen die zijn in nood op zee’.

Wie moest wachten op een schip om aan te monsteren kon hier terecht. En dan zonder dat de eigenaar je probeerde te verleiden met drank en vrouwen. Er werd niet gewerkt met schuldbekentenissen met kleine lettertjes zodat een woekerrente betaald moet worden. Het was een veilig huis waar de kerk een verantwoordelijke rol speelde.

De geborgenheid verdween toen staat en kerk rechtlijnig van elkaar gescheiden werden. Het gebouw moest op commerciële wijze verder. Moeilijke tijden volgden inmiddels huist op deze iconische plek een school.

In het gebouw is nog altijd een prachtige afbeelding van het logo van de Zeevarendencentrale te vinden. Het is gemaakt van steen en zit verankerd in de muur. Toen dit monumentje 75 jaar geleden geplaatst werd moest het waarschijnlijk minstens nog 75 jaar mee. Men had een vooruitziende blik want we zijn inmiddels 50 jaar verder. De zeemanscentrale heet nu zeevarendencentrale en bestaat nog altijd. Hoewel ze geen gebouw meer beheert, speelt ze nog altijd een centrale rol in het zeemanswelzijn. Zij zoekt en stimuleert hierbij steevast de samenwerking.

Zo delen medewerkers van zeemanshuizen en kerkgenootschappen ervaringen met elkaar binnen de zeevarendencentrale. Samen met de Stichting Pastoraat Werkers Overzee wordt het blad Diepgang uitgegeven. De centrale ondersteunt ook lobbywerkzaamheden. Zoals onlangs in de Tweede Kamer om particuliere bewapende beveiliging toe te staan in de wateren rond Somalië. In internationaal verband droeg zij bij aan de totstandkoming van de Maritime Labour Convention 2006. De centrale is ook betrokken bij de organisatie van kerstfeesten voor zeevarenden en herdenkingen van de gevallenen op zee.

Dankzij de steun van o.m. donateurs en kerken is de stichting in staat om projecten t.b.v. het zeemanswelzijn financieel te ondersteunen. Zo heeft zij onlangs geholpen bij het trainen van vrijwilligers in de zeemanshuizen. Deze zijn nu beter in staat zeevarenden te helpen die te maken hebben met pesten en intimidatie aan boord. Het is een zoveelste voorbeeld van hoe de centrale ‘in dienst van de zeeman’ opereert.

Een prestigieus gebouw dat de eenheid van het zeemanswelzijn in Nederland symboliseert is er niet meer. Toch lijkt de verbondenheid van de honderden mensen die actief zijn voor zeevarenden niet te zijn afgenomen. De vraag is wat dan wél bindt. Of er iets waardoor je beseft er niet alleen voor te staan als je iets probeert te doen voor een zeevarende.

Zoekend naar een antwoord moet ik denken aan een andere vraag. Een vraag die me altijd gesteld wordt als koopvaardijpredikant: ‘Dominee, u kent toch wel dat lied van Bodaen?’ U laat in de kerkdienst toch wel zingen over ‘hen die zijn in nood op zee?’ Bij begrafenissen van zeevarenden en herdenkingen van gevallenen op zee krijg wordt mij vriendelijk doch dringend verzocht het te laten zingen. Dat lied over storm op zee.

Ook moet ik denken aan wat ik als theologiestudent heb geleerd over de ontstaansgeschiedenis van de bijbel. Het systematisch verzamelen van verhalen over de God van Israël begon na de eerste vernietiging van de tempel in Jeruzalem. Toen het Joodse volk als bannelingen leefden in Babylon waren ze vrijwel alles kwijt. Een van de weinige dingen die ze nog hadden waren de verhalen die in synagogen en de tempel werden verteld. Tot zover het nog niet gebeurd was, werden ze opgeschreven. Daarna werden ze samengevoegd met oude teksten die ze nog hadden. Zo veranderde een religie van een tempel in een religie van een boek.

Hier weer verder op doordenkend bedacht ik dat de mensen rond de zeevarendencentrale ook hun gebouw zijn kwijtgeraakt. Zij zetten hun werk echter niet verder aan de hand van een verzameling teksten. Wel hebben zij een lied dat ze samenbindt. Het begint met ‘O eeuw’ge vader sterk in macht’. De eerste drie coupletten eindigen met ‘voor hen die zijn in nood op zee’. Het is zo’n mooi en krachtig lied dat de zeevarendencentrale haar werk er nog eeuwen mee kan volhouden. Het meest levende bewijs is misschien wel een kerkgemeenschap van rond Rotterdam wonende Filippino’s die werkzaam zijn in de zeevaart. Zij komen wekelijks bijeen in de nog altijd bestaande kapel van het voormalige zeemanshuis in Rotterdam. Zonder uitzondering wordt de dienst afgesloten met het zingen van ‘Eternal Father, strong to save’. Wetend dat dit in elk zeemanshuis ter wereld de gewoonte is, heeft het zingen voor altijd iets bijzonder krachtigs.

Leon Rasser

Zeemanslied

De tekst van het zeemanslied werd in 1860 geschreven door de Engelsman William Whiting. Hij was directeur van een school en hij raakte op een dag in gesprek met een van zijn studenten. Deze vertelde dat hij naar Amerika zou emigreren en enorm op zag tegen de oceaanreis. Whiting moest onmiddellijk denken aan hoe hij ooit zelf aan boord in een zware storm terecht kwam. Hij was er diep van overtuigd dat God hem toen redde. Om de student te bemoedigen schreef op grond van zijn ervaringen dit lied voor hem.

Bij het lied valt op dat Whiting veel kennis had over de bijbel. De vier coupletten zijn ieder gebaseerd op verschillende bijbelgedeeltes*. De melodie werd gecomponeerd door John Bacchus Dykes. Het lied werd eerst in kleine kring gezongen. Toen het werd opgenomen in een zangbundel van de Anglicaanse kerk groeide de populariteit. Het is goed geschikt voor herdenkingen en begrafenissen. Sinds het bij de uitvaarten van Winston Churchill en John F. Kennedy ten gehore is gebracht valt het niet meer weg te denken. Ook in de Hollywoodfilm Titanic is het te horen. In Nederland klinkt het lied steevast bij de herdenkingen van de gevallenen op zee. Daarnaast bestaat in kustplaatsen de traditie het lied te zingen als het stormt. Dat daarbij de zeevarenden uit die plaats zich wellicht ergens in mooi weer bevinden doet niet terzake.

In de nieuwste zangbundel van de Protestante Kerk in Nederland is men vergeten het zeemanslied op te nemen. Dit leidde tot een storm van protesten waar op een creatieve manier mee is omgegaan. De tekst van het lied is op stickervellen gedrukt die precies op de binnenkant van het kaft van de nieuwe bundels passen. Ze worden gratis beschikbaar gesteld als men ze aanvraagt bij de Nederlandse Zeevarendencentrale. Er zijn al meer dan 15.000 stickers verspreid.

*Het eerste is gebaseerd op Psalm 104, het tweede op de evangeliën, het derde op scheppingsverhaal uit Genesis en het vierde op Psalm 107.