Zeevarenden klagen te weinig

Nederland loopt niet voorop met zeemanswelzijn

Al jaren wordt er gepraat over de Maritime Labour Convention 2006. Het heeft lang geduurd voordat de regels en aanbevelingen waren geformuleerd. Ook het invoeren van die regels neemt zeeën van tijd in beslag. Ambtelijke molens draaien langzaam, maar staan niet stil. Ze draaien langzaam maar zeker. Geleidelijk wordt dan ook duidelijk wat de conventie voor zeemanswelzijn in Nederland betekent. Het lijkt erop dat deze een positieve invloed heeft op de toegang tot de wal en de zeemanshuizen.

Eerder viel op deze website te lezen dat het met de toegang tot de wal niet altijd goed gesteld is in Nederland. Inmiddels zijn er wat verbeteringen te melden. Zo mogen de buschauffeurs van het zeemanshuis van Vlissingen nu tot de gangway rijden op het terrein van Verbruggen. De Rietlanden terminal in Amsterdam betaalt bij diverse gelegenheden de overtocht van een bemanning per bootje nu ze geen zeevarenden meer toelaat op hun haventerreinen. Het belangrijkste is echter dat er zorgvuldiger wordt afgesproken tussen bemanningsleden en terminalbeheerders hoe men van het terrein kan. De bemanning weet zich hierbij gesteund door de wet.

Dit betekent natuurlijk niet dat het nu goed gesteld is met de zeemanswelzijnsvoorzieningen in Nederland. Het ‘platform maritiem’, heeft zelfs haar zorgen uitgesproken. Dit platform is helaas aan de smalle kant, want zij bestaat uitsluitend uit vertegenwoordigers van vakbond, reders en overheid. De Nederlandse Zeevarendencentrale (waarbinnen vrijwel alle zeemanshuizen in Nederland samenwerken), de Vereniging Maritiem Gezinskontakt (de belangenorganisatie van gezinsleden van zeevarenden) en de Nederlandse afdeling van de IMHA (International Maritime Health Association, een organisatie van havenartsen) ontbreken. Toch heeft het nationaal en zelfs internationaal behoorlijk aanzien.

Zo is men bijvoorbeeld bij de International Maritime Organisation (IMO) bekend met de sluiting van een aantal zeemanshuizen en welzijnsvoorzieningen in Rotterdam. Over deze ongewenste situatie vindt al overleg plaats met het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid. Hiermee wordt waarschijnlijk voorkomen dat een officiële klacht hierover terecht komt bij het International Court of Justice. De stand van zaken is dat de Nederlandse regering in 2017 met een antwoord moet komen over de manier waarop ze het zeemanswelzijn in Nederland aan het wettelijke niveau wil laten voldoen.

Havenartsen hebben dit jaar tijdens een internationale conferentie in Manila vastgesteld dat er meer moet gebeuren met de klachten over zeevarenden over onvoldoende toegang tot de wal. Zij constateerden dat steeds meer mensen aan boord psychische klachten hebben. Voorbeelden hiervan zijn het gevoel opgesloten te zitten of het idee hebben dat men constant in de gaten wordt gehouden. Deze problemen kunnen niet met medicijnen maar wel met meer bezoek aan de wal bestreden worden.

De klachten van zeevarenden zijn dus bekend maar dit neemt niet weg dat het belangrijk is dat doorgegaan wordt met het kenbaar maken. Pas onder druk worden dingen immers vloeibaar. Klagen is niet alleen mogelijk bij vakbondsmedewerkers, vlaggenstaatinspecteurs, dokters en vertegenwoordigers van ‘Portstate Control’. Uiteraard kan men ook bij de zeemanshuizen terecht. Dit heeft als voordeel dat men de tirade kan afsluiten met een goed glas bier.

Leon Rasser


Binnen de Nederlandse Zeevarenden Centrale heeft men zich de afgelopen maanden verdiept in ontwikkelingen in Duitsland. Vergelijkbaar met de invoering van ‘groene energie’ lijkt ook het zeemanswelzijn daar al geregeld te zijn terwijl men in Nederland pas aarzelend aan het beginnen is. De eerste 500.000 EUR is daar al vanuit Berlijn naar Hamburg en Bremen overgemaakt zodat de Duitse Zeemansmissie werk kan (blijven) maken van de geestelijke verzorging van zeevarenden. In Nederland dient voorlopig nog veel werk achter de schermen verricht te worden maar dit is niet zonder hoop op resultaat.