Zeevarenden meest gelukkig

Interview met onderzoekster Joyce van Leeuwen

“Zeevarenden zijn het meest gelukkig”

Zeevarenden staan op de eerste plaats van mensen die het gelukkigst zijn in hun werk. Tot die opmerkelijke conclusie kwam Joyce van Leeuwen in haar onderzoek ‘Geluk & Beroep in Nederland’, waarmee ze een aantal jaren geleden afstudeerde aan de Erasmus Universiteit. Zij schreef haar scriptie omdat zij vindt dat bij het maken van een beroepskeuze niet alleen naar geld, carrièremogelijkheden of talent moet worden gekeken. Ook mag de vraag worden gesteld: ‘kan ik met dit beroep gelukkig worden?’

De redactie van Diepgang wilde hier natuurlijk meer van weten en zocht Joyce van Leeuwen op in Leidschendam. Daar is zij ‘koersmanager’ in het familiebedrijf Van Leeuwen Catering. We spreken haar in haar werkkamer, waar geluksspreuken aan de muur hangen, gekregen van vrienden. Bijvoorbeeld: ‘Waar je talenten en de behoeften van de wereld elkaar kruisen ligt je roeping.’ We vragen ons af hoe het zit met dat zeemansgeluk, wat dit inhoudt voor werkgevers en zeevaartscholen – en wat het betekent als iemand niet zich zo gelukkig voelt in zijn werk.

interview6

In de wetenschappelijk literatuur wordt geluk omschreven als ‘de mate waarin een individu voldoening schept in het eigen leven als geheel.’ Werkgeluk draagt bij aan dat algehele geluksgevoel. Het onderzoek van Van Leeuwen gaat over de vraag of er verschillen in geluksbeleving zijn te meten tussen verschillende beroepen. Hierbij maakt ze een onderscheid tussen mensen naar geslacht (man/vrouw), leeftijd (15-40,40-65 jaar), opleiding (tot en met MBO, hoger dan MBO) en het wel of niet hebben van kinderen.

‘Bestuurders en technici voor schepen en luchtvaartuigen’ zijn volgens uw onderzoek statistisch het gelukkigst van alle beroepen. Heeft deze uitkomst u verrast?

Joyce van Leeuwen: ‘Dat artsen en juristen hoog in het rijtje zouden staan, had ik wel verwacht. Die zijn hoog opgeleid en doen met hun werk iets voor hun medemens. Ze hebben een hoge mate van vrijheid in hun werk en genieten bovendien een goed salaris. Datzelfde geldt voor directeuren, die ook hoog genoteerd staan, al telt de factor ‘van betekenis voor de medemens’ voor hen misschien iets minder. Maar ik had niet direct gedacht aan stuurmannen, machinisten of piloten – treinmachinisten staan trouwens ook hoog op de lijst. Ik heb statistisch onderzoek gedaan, dus ik weet inhoudelijk niet zo heel veel van deze beroepen. Maar ik kan me voorstellen dat het er bij deze beroepen om gaat dat je je droom achterna gaat. Als kind wist je al dat je piloot wilde worden of naar zee wilde gaan. Misschien speelt de familie hier ook een rol in: sommige beroepen gaan van generatie op generatie. Het lijkt in ieder geval om een bewúste keuze te gaan. Jongeren die bijvoorbeeld naar een HEAO gaan, kunnen nog alle kanten op. Ga je de Zeevaartschool doen, weet je toch wel vrij precies waar je terecht komt.’

Ik merk op dat met name mannen werkzaam zijn in deze beroepen. ‘Ja, en het is een feit dat mannen sowieso iets hoger scoren dan vrouwen als het om werkgeluk gaat. Maar er kan hier natuurlijk ook sprake zijn van ‘zelfselectie’ bij de ondervraagden. De mensen die dit werk niets vinden, houden het niet vol en stoppen ermee. Dan houd je natuurlijk alleen diegenen over die deze job wél leuk vinden. De uitvallers hebben een verkeerde keuze gemaakt. Het wonderlijke is dat we eigenlijk niet zo goed weten waarom we bepaalde keuzes maken in ons leven. En als het om geluk gaat is dat helemaal onduidelijk. We denken bijvoorbeeld dat we een stuk gelukkiger zullen zijn als we in een warm land zouden wonen. Terwijl koude landen als Nederland of Denemarken juist de hoogste gelukscijfers ter wereld laten zien. Mijn onderzoek wil eraan bijdragen dat mensen iets bewustere keuzes kunnen maken.’

Volgens het onderzoek maakt leeftijd of opleidingsniveau niet uit als het gaat om het werkgeluk van zeevarenden: in alle categorieën staat het beroep op nummer 1. Als je kinderen hebt, wordt het echter anders: de groep bestuurders en technici met kinderen staan op de 3e plaats. Hoe zit dat?

‘Een derde plaats is nog steeds erg hoog. Overigens is dit punt natuurlijk anders voor piloten of mensen in de binnenvaart, dan voor mensen die weken op zee zitten. Dat je je kinderen een lange tijd niet ziet, zorgt voor een verminderd geluksgevoel. Maar ook hier lijkt de zelfselectie aan het werk: alleen de zeevarenden die het thuisfront op orde hebben, houden het vol. Je moet weg kunnen gaan, zonder al te veel zorgen. Belangrijk is ook dat de sfeer aan boord goed is. In feite neemt het team op het schip een tijdje de rol van de familie over.’

Dragen de werkgevers van de zeevarenden bij aan hun geluksgevoel?

‘In mijn onderzoek verwijs ik naar de schaal van Peter Warr, een socioloog die in ons vak heel bekend is. Hij geeft 12 criteria aan waarmee je de kwaliteit van een beroep kunt beoordelen. Mijn vermoeden was dat beroepen die hoog op deze schaal scoren, ook voor veel geluksgevoel zorgen. Dat vermoeden is ook uitgekomen. Wat zorgt voor een happy gevoel? Onder andere dat je als werknemer onafhankelijke beslissingen kunt nemen. Je hebt invloed binnen het team waar je deel van uit maakt. Het maakt nogal wat uit hoe werkgevers hiermee omgaan. In de zeevaart is het voor het management – het kantoor – natuurlijk ook wel eens lastig: je zit ver bij het schip vandaan. Schip en wal hebben verschillende perspectieven.’

Hoe kijk jij dan aan tegen de hedendaagse managementcultuur?

‘Je hebt mensen die zeggen: vertel mij maar wat ik moet doen. Maar over het algemeen willen mensen toch zelf invloed hebben en zelf beslissingen kunnen nemen. Daarnaast willen ze steun en bevestiging van boven krijgen. Als managers alleen controlerend en belerend opereren, zie je het werkgeluk dus snel afnemen. Zeevarenden hebben dit beroep ook gekozen vanwege de avontuurlijke factor: de vrijheid die je hebt, het kantoor zit niet direct op je nek. De belangrijkste uitdaging voor het management is dat er een goede ‘fit’ wordt gevonden tussen wat mensen verwachten van hun werk en wat hun capaciteiten zijn.’

Kunnen de Zeevaartscholen nu reclame gaan maken dat zij opleiden tot gelukkige mensen?

‘Nee, zo simpel zit het niet. Ik zelf zou doodongelukkig zijn in dit beroep. Maar Zeevaartscholen kunnen wel aangeven dat ze opleiden tot een beroep, waarin veel mensen gelukkig worden. Daar kunnen ze trots op zijn. Tegelijkertijd moet je natuurlijk wel leerlingen krijgen die een goede keuze hebben gemaakt. Geluk zit voor 50% in de genen, de andere helft is afhankelijk van de omgeving en de keuzes die je maakt. Mensen worden niet alleen gelukkig van een beroep omdat ze iets kunnen, maar ook omdat het bij hen moet passen. Opleidingen kijken echter vooral naar je diploma of je cijfers, eventueel met een toelatingstest erbij. Maar het is ook belangrijk om te vragen: weet je waaróm je deze keuze maakt? Denk je hier gelukkig van te worden? Vind je het straks ook belangrijk om een gezin te hebben en hoe verhoudt zich dat tot jouw werk? Een goed salaris is belangrijk, maar uit onderzoek blijkt dat het op een gegeven moment niet zoveel meer uitmaakt of je nóg meer gaat verdienen. Waar haal jij je voldoening uit? Ik denk dat het belangrijk is dat bij de beroepskeuze deze factoren ook meewegen. Opleidingen, ook zeevaartopleidingen, moeten durven selecteren aan de poort. Zij willen toch niet opleiden tot uitvallers of mensen die werkloos worden? Misschien zou op de middelbare school het vak ‘Keuzekunde’ aangeboden moeten worden.’

Maritieme dominees en pastoors willen ook graag bijdragen aan het welzijn van zeevarenden. Wat kunnen wij doen?

‘Bij de werkgevers kun je de vraag stellen in hoeverre werkgeluk één van de kernwaardes is binnen een bedrijf. Wordt er op die manier ook wel eens nagedacht over de bedrijfsvoering? Is geld het enige criterium? In hoeverre staan bepaalde maatregelen het geluk van de werknemers in de weg? Op de werkvloer zelf is het belangrijk dat mensen goed op zichzelf passen en ‘in control’ blijven. Dan gaat het om een gezonde leefstijl en het bewaken van grenzen. Natuurlijk snap ik ook dat mensen zich niet ‘happy’ kunnen voelen in het werk. Het is goed om daar als dominee naar te vragen, want het probleem benoemen helpt al, ook al kun je er soms niet direct wat mee. Tegelijkertijd is er altijd wel zoiets als ‘handelingsvrijheid’. Negatieve spiralen kun je doorbreken door een positieve keuze. Dat klinkt misschien makkelijk. Het gevaar is dat je blijft hangen in: ‘Aan de wal wordt maar besloten en wat kan ik er nog aan doen?’ Daarvan word je niet gelukkiger. Probeer met compassie te kijken: dit soort dingen gebeuren nu eenmaal. Laat het even rusten. En probeer dan de vraag te stellen: welke keuzes heb ik nog?’

Stefan Francke

Met de scriptie Geluk & Beroep in Nederland behaalde Joyce van Leeuwen (1983) haar Master ‘Sociologie, Arbeid, Organisatie en Management’ aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam. De scriptie is te downloaden op: http://docplayer.nl/5598271-Geluk-beroep-in-nederland.html. De scriptie werd geschreven onder begeleiding van prof.dr. Ruut Veenhoven, die veel onderzoek deed naar geluksbeleving.