Zeewiersum – O nee! Homo’s aan boord!

Er bestaat een ongeschreven regel onder zeevarenden, dat er aan boord over een aantal zaken niet gepraat wordt. Of, eerlijker gezegd, niet gepraat kán worden. Want deze onderwerpen zijn vaak zó beladen dat een conflict niet uitgesloten kan worden, wanneer je toch de euvele moed hebt om deze regel met voeten te treden. Niemand is gebaat bij ruzie aan boord. Je kunt rustig over voetbal praten, over auto’s, over lading of vreemde beslissingen van de rederij, maar sommige onderwerpen blijven onbesproken.

Helaas weet ik haast niets over voetbal en van auto’s nog minder. Daardoor beperk ik me meestal tot de laatste twee genoemde onderwerpen. Maar soms gebeurt het een enkele keer dat het gesprek in de richting van de taboes verdaagt. Soms wordt er tóch gesproken over religie of zelfs over politiek! En hoewel er in een mannengemeenschap natuurlijk ook veel over ‘vrouwen’ gesproken wordt, moet dat laatste vooral niet afwijken van wat door zeevarenden als ‘normaal’ wordt beschouwd. Gaat het aan de wal met regelmaat over ‘anders geaarden’, genderneutralen of gelijke rechten voor man en vrouw, aan boord gaat het over klassieke mannetje-vrouwtje relaties. ‘Gewoon, zoals het hoort…’

Het valt op dat, nu het op Nederlandse schepen meer uitzondering dan regel is dat er nog Nederlanders aan boord zijn, onder de bemanningen uit Rusland, Estonia of andere voormalige Oostbloklanden, dezelfde taboes gelden. Maar vaak nog extremer.
Toen enkele jaren geleden in Nederland bij wet geregeld werd dat homo’s of lesbo’s met elkaar mochten trouwen, brak er aan boord over dit onderwerp een stevige woordenstrijd uit. Hoewel de nieuwe officieren (uit voormalige Oostbloklanden en Rusland) echt wel hun best deden om te aarden op Nederlandse schepen met Nederlandse zeden en gebruiken, was trouwen tussen twee mensen van gelijk geslacht echt een brug te ver.

Toen ik eens op de man af aan een Estonische HWTK vroeg of hij vond dat mannen en vrouwen gelijke rechten moesten hebben, beaamde hij dat, met iets van trots in zijn stem. Toen ik hem vervolgens vroeg of daar ook de rechten om te trouwen bij hoorden, zag hij de bui al hangen.
Fél reageerde hij dat dié rechten daar niet bij hoorden! Dat was iets héél anders, het was…niet normaal.
‘Wanneer mijn zoon vertelt dat hij homo is en wil trouwen met een man, sla ik hem het huis uit en wil ik hem nooit meer zien!’ was zijn letterlijke oordeel.

Dan rest de vraag waarschijnlijk bij sommige lezers: werken er op de vloot ook wel eens homo’s?
In mijn meer dan veertigjarige carrière heb ik niet echt een voorbeeld meegemaakt van een uitgesproken (belijdende) homo aan boord. Zal het zijn zoals bij het voetbal? Ze zijn er wel, maar je ziet ze niet?
‘En die Filippijnen dan, daar zijn er vast wel bij die elkaar meer dan leuk vinden…’
Dat zal best, hoewel een Filippijn natuurlijk van nature al veel lichamelijker is dan een ‘nuchtere’ Nederlander. Toen ik voor de medische keuring in de wachtkamer zat, kwam er een ploeg Filipijnen onder begeleiding van een scheepsagent binnen. Ze aarzelden geen moment om bij elkaar op schoot te gaan zitten, toen bleek dat er niet voldoende stoelen waren.
‘Homo’s!’ zou menig ‘nuchtere’ zeeman direct zijn mening klaar hebben. Maar nee, daar steekt voor een Filippijn niet meer achter dan ook te willen zitten.

Laten we wel zijn, een voetballer wordt afgerekend op zijn prestaties en een zeeman ook. Zolang dat in orde is wordt er niet al te diep ingegaan over hoe je bent en wie je bent.
Het maakt de zeeman niet veel uit of zijn collega katholiek, protestants, islamiet of iets anders is, zolang ze er anderen maar niet lastig mee vallen en hun werk doen. En dat geldt ook voor geaardheid. Ben je homo? Best, maar val mij er niet mee lastig.
En, nee, daar gaan we het niet over hebben, niet aan boord in ieder geval!

Kees Wiersum